9:44 PM
Todo Sobre Mi Madre

Vorige week ging ik met mama eten in De Vitrine, samen met J.E.F. en Volta een van de drie beste restaurants in Gent. Dat heb ik niet verzonnen, dat hebben mensen die er iets van kennen geschreven. Het restaurant is een sideproject van Kobe Desramaults, de kok die ook in het sterrenrestaurant In De Wulf achter het fornuis staat.
Met de mama dus. Vroeger was ze mijn heldin, nu is ze mijn vriendin. Samen mee een naam voor Fredo zijn kleine zoeken die er binnenkort aankomt, op facebook posten dat ze de taarten van Julie’s House nu ook in Brugge verkopen, al lachend vertellen hoe m’n broertje met z’n zatte botten de weg naar z’n eigen kamer niet meer vond… Als ik tegen anderen over m’n mama begint is het antwoord zo goed als altijd: “ik wou dat mijn mama zo was”. Toch is mijn mama niet een van de zovele ouders die krampachtig ‘cool’ willen zijn en net dat siert haar.
Een jaar of tien geleden kwam ze ons na een avondje surfen en zeilen ophalen aan de Sint-Pietersplas. We, dat waren mijn (achter)neven Simon, Pieter-Jan en Hans, mijn broer David, zijn vriend Leonardo en mezelf. Met z’n zessen in de auto, doodop en met een haarbos waarvan zowat alle haren samengeklit waren door het water waarin we die dag meermaals gevallen waren. Iedere dag stond ze ons daar op te wachten met een pak koeken en een thermos warme chocomelk, waarna we naar huis reden om er spaghetti te eten en met z’n allen vermoeid maar voldaan in slaap vielen.
Het was tijdens een van die ritten dat Leonardo, toen een jaar of 7, de volgende gevleugelde woorden uitsprak: “Katrien (zo heet ze, mijn mama), jij bent precies mevrouw Wemel uit Harry Potter”. En dat klopt als een bus. Zij is het die onze legendarische verjaardagsfeestjes ineenstak en zotte taarten bakte (doet ze overigens nog steeds!). Zij is diegene die mijn vrienden naar huis zal brengen wanneer hun ouders het te druk hebben met werken of hun kind gewoon simpelweg vergeten zijn. Een mama uit de duizend.
Ik heb veel gemeenschappelijke dingen met m’n mama, maar er zijn ook veel verschillen. Zo zijn zowel mijn broer, zus, papa als ikzelf zeer impulsief. Wij zijn het geslacht dat op een doordeweekse schoolavond plots richting zee willen vertrekken ‘om een ijsje van het Zoet Genot te eten’. Het geslacht dat op een rustige zondagmiddag plots de volledige inrichting van de slaapkamer van het kleine zusje beginnen veranderen omdat we daar zin in hebben. Uiteraard zonder vooraf ook maar een seconde na te denken. “Natuurlijk raakt dat stapelbed door die deur, laat ons maar doen mama!” Heerlijk om zo op te groeien als kind, misschien niet altijd even makkelijk om een Smolders als echtgenoot te hebben.
Een van de dingen die we wel gemeenschappelijk hebben, zijn onze kleine ogen. Dat zeg ik niet, dat zeggen mensen die ik eens heel diep in mijn ogen heb laten kijken (en zo lopen er maar heel weinig rond op deze aarde). Janne zei vaak dat ik uilenoogjes heb. Dylan-van-Schamper wees me er onlangs fijntjes op dat uilen net gigantische ogen hebben, waardoor ik nu opnieuw mag zoeken naar een dier waarmee ik mijn ogen kan vergelijken. Kijk de volgende keer je me tegenkomt eens diep in m’n ogen en laat het me weten.
Voor de foodies, dit is wat wij in De Vitrine voorgeschoteld kregen:
Gekonfijte kabeljauw – gerookte kuit – meiraap (dit hoor je blijkbaar uit te spreken als mei-raap, en niet als meir-aap, zoals ik eerst dacht)
Gebraiseerde ossenstaart – radijs – daslook
Aardbeitaart – dragon – sorbet gebaseerd op Geuzebier







